Hij herinnert zich nog goed het moment waarop hij zijn eerste T-shirt bedrukte en printte. Zijn allereerste eigen lijn. Toen hij het pakketje thuis ontving, was hij door het dolle heen. “Totdat mijn moeder thuiskwam”, zegt hij met een lach. “Ze zei: dit is slecht, dit is niet voor jou weggelegd. Niemand gaat dit kopen. Ik niet, niemand niet. Dat was voor mij de trigger. Het is nooit meer uit mijn gedachten verdwenen. Misschien is die push van mijn moeder juíst wel waarom ik gekomen ben waar ik nu ben.”
Kameroen en de Bijlmer
Tot zijn negende woonde Nydel in Kameroen. Toen hij achttien maanden oud was, emigreerde zijn moeder naar Nederland. “Ze verliet het continent om een betere toekomst voor haar en haar vier kinderen te creëren. Mijn moeder was iemand die op zichzelf was, niet naar de pijpen van haar familie danste. Ze wilde zélf wat opbouwen. Ik bleef bij mijn opa en tante in Kameroen. Toen de papieren rond waren, kwam ik bij mijn moeder in Nederland wonen.”
Eenmaal in de Bijlmer vond hij het ronduit verschrikkelijk. “Het enige wat ik leuk vond, was de lift naar het appartement. Ik was namelijk nog nooit met de lift geweest. Toen ik het huis binnenkwam, landde het. Ik was in Nederland. Ik heb daarna een hele tijd niet gepraat. Het enige wat ik wilde, was terug naar Kameroen.”
Profvoetballer
Langzaamaan rolde hij de Nederlandse cultuur in. “Op school ging het steeds soepeler en ik leerde stukje bij beetje Nederlands spreken. De jaren erna werd voor mij één ding duidelijk: ik wilde profvoetballer worden. Ik ging naar school om mijn diploma te halen, maar wist dat ik wilde voetballen. Op mijn negentiende was ik het een tijdje kwijt. De combinatie van voetbal en school, het altijd moeten presteren, was te veel. Aan mijn talent lag het niet, maar er was geen rust in mijn leven, geen focus. Dat ging uiteindelijk ten koste van mijn voetbalcarrière.”