“Niet kunnen ligt op het kerkhof en ‘wil niet’ ligt ernaast.” Met die woorden groeide Kris Jespers op. Het waren zinnen die ze jarenlang letterlijk nam. Al vanaf haar zestiende werkte ze overal waar ze kon. Ze stond in een kiosk van de C1000, later in allerlei andere bijbaantjes, en ondertussen bouwde ze haar leven op met dezelfde mentaliteit: als iets gedaan moest worden, dan deed je het gewoon zelf.
Die houding bracht haar ver. Ze werkte jarenlang in HR, reed vrachtwagen voor groothandel Hanos en verbouwde eigenhandig twee huizen. Metselen, schilderen, tegels zetten; ze kon het allemaal. “Ik heb altijd geloofd dat je met hard werken bijna alles kunt oplossen,” zegt ze. “En eerlijk gezegd lukte dat ook vaak.” Tot haar lichaam zich ermee ging bemoeien. Jarenlang had ze last van extreme vermoeidheid en pijn. Uiteindelijk volgden de diagnoses: fibromyalgie, chronische vermoeidheid en de ziekte van Lyme. Het advies dat ze kreeg was simpel: leer ermee leven. Maar dat was precies wat ze niet wilde horen. Langzaam kwam haar leven tot stilstand. Waar ze vroeger voortdurend bezig was, zat ze nu urenlang op de bank. Alle dagen begonnen op elkaar te lijken. Plannen maken deed ze niet meer, vooruitkijken evenmin. “Ik zat daar en dacht: is dit het nou? Leef ik eigenlijk nog wel mijn leukste leven?” Het antwoord was pijnlijk duidelijk.
Terug naar buiten
Als kind trok Kris vaak met een tante en paarden door Nederland. Met een slaapzak achterop en zonder plan gingen ze op pad. In haar herinnering zwierven ze dagenlang door bossen en weilanden. “Waarschijnlijk bleven we gewoon binnen tien kilometer van huis,” zegt ze nu lachend. “Maar voor mij voelde het als een enorme wereld.” In een moeilijke periode besloot ze dat gevoel opnieuw op te zoeken. Samen met haar tante ging ze weer op pad met paarden. Vier dagen lang. Geen planning, geen doel, alleen maar buiten zijn. Het viel haar meteen op dat er iets veranderde. “Normaal was ik uitgeput. Maar nu was ik wel moe, alleen niet kapot. Dat verschil gaf me hoop. Mijn lichaam kon dus blijkbaar nog wel iets.”
Dat moment werd het begin van een nieuw inzicht: misschien hoefde haar leven niet zo te blijven.