Ambassadeur van Delft

...

Fotografie: Lize Kraan.

Dertig jaar werkte Rob Rozenburg (64) in Brussel aan Europees migratie- en veiligheidsbeleid. Tegenwoordig zoekt hij op veilingen naar Delfts Blauw, praat hij met verzamelaars uit de hele wereld en probeert hij een van de bekendste antiekwinkels van Delft binnen de familie te houden.



Een paar maanden geleden stapte een bijzondere bezoeker De Blauwe Roos binnen. Niet zomaar een toerist, maar de aardewerkdeskundige van de Antiques Roadshow, het Britse equivalent van Tussen Kunst & Kitsch. Een man met een enorme kennis van Nederlands aardewerk, Delfts Blauw en de invloed daarvan op de Britse keramiekindustrie. Voor Rob Rozenburg zijn dat de leukste gesprekken. Ook als er niets wordt verkocht. “Soms is een mooie ontmoeting meer waard dan een hoge dagomzet.” 

1974
De winkel waar die ontmoetingen plaatsvinden bestaat al meer dan vijftig jaar. Robs ouders begonnen hun antiekhandel in 1974. Tot twee jaar geleden runde zijn vader Koos de zaak. Tot zijn negentigste fietste hij iedere dag vanuit Voorburg naar Delft om de deur te openen. Pas na een fietsongeluk ging dat niet meer. Toen kwam de vraag op tafel wat er met de winkel moest gebeuren. Die vraag kwam uit bij Rob. Niet vanzelfsprekend. Ruim dertig jaar werkte hij in Brussel voor de Europese Commissie, waar hij zich bezighield met migratie- en veiligheidsbeleid. Werk dat hij altijd met veel plezier heeft gedaan. "Maar het was ook abstract. Soms duurt het jaren voordat iets waar je aan hebt gewerkt zijn beslag krijgt of niet." In Delft ervaart hij dat anders.

Hier staan de resultaten letterlijk voor hem op tafel. Tegels uit de zeventiende en achttiende eeuw. Delfts Blauw dat honderden jaren oud is. Handgeschilderde Art Nouveau-objecten. Voorwerpen die een geschiedenis hebben en die je kunt vastpakken. "Hier sta je één op één in de geschiedenis."

"Vaak zeggen mensen: Delft is veel leuker dan Amsterdam"


Delft is Nederland
Waar zijn ouders vooral een antiekwinkel dreven, richt Rozenburg zich uitsluitend op aardewerk en vooral op antieke tegels en Delftsblauwe vazen en borden. Dat blauwwitte aardewerk ontstond in de zeventiende eeuw, toen de aanvoer van populair Chinees porselein stilviel. Delftse ondernemers begonnen hun eigen versie te maken. Op het hoogtepunt stonden er zo'n dertig aardewerkfabrieken in de stad. Tegenwoordig komen bezoekers uit de hele wereld ervoor naar Delft. "Delfts Blauw is in het buitenland populairder dan in Nederland." Dat merkt hij dagelijks. Delft staat in vrijwel alle internationale reisgidsen. Toeristen komen niet alleen voor het aardewerk, maar ook voor de geschiedenis van de stad, voor Willem van Oranje, voor Johannes Vermeer, voor de prachtige grachten en kerken. Vaak zeggen ze: “dit is veel leuker dan Amsterdam. Hier zien we Nederland. Hier voelen we de cultuur." 

Hoe is het met ‘Koes’?
Zelf haalt Rozenburg zijn grootste plezier niet door dag in dag uit in de winkel te staan, maar uit inkopen. Hij bezoekt verzamelaars, markten en veilingen in Nederland en België. Dat laatste kent hij goed uit zijn Brusselse jaren. Daarnaast melden verzamelaars zich regelmatig zelf bij de winkel. Mensen die kleiner gaan wonen. Families die aardewerk hebben geërfd. Of liefhebbers die ruimte willen maken in hun verzameling. "Omdat we al zo lang bestaan, weten mensen ons vanzelf te vinden." 

Inmiddels helpen ook zijn zoons, hun vriendinnen en de kinderen van zijn broers mee in de zaak. Rozenburg ziet De Blauwe Roos als een familieproject. Een manier om voort te bouwen op wat zijn ouders hebben opgebouwd. Regelmatig lopen er nog klanten binnen die zijn vader kennen. Laatst een Amerikaan: “Hoe is het met ‘Koes?’ Mijn vader en moeder hebben een iconische winkel opgebouwd. Dat willen we doorgeven binnen de familie."